Woordenschat (23) Delen Gekopieerd!
Luister- en leesmateriaal
Volg de avonturen van Eva, Ana, Juan en Pedro.
Oefeningen Delen Gekopieerd!
Deze oefeningen kunnen tijdens conversatielessen samen gedaan worden of als huiswerk.
Oefening 1: Gespreksoefening
Instructie:
- Describe la nacionalidad de cada persona. (Beschrijf de nationaliteit van elke persoon.)
- Di, ¿dónde viven actualmente? (Zeg waar ze momenteel wonen.)
- Di dónde vives. (Vertel waar je woont.)
Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten
Oefening 2: Zinnen herschikken
Instructie: Maak correcte zinnen en vertaal.
Oefening 3: Vertaal en gebruik in een zin
Instructie: Kies een woord, vertaal het en gebruik het woord in een zin of dialoog.
1
Alemania
Duitsland
2
Finlandia
Finland
3
El país
Het land
4
¿De dónde eres?
Waar kom je vandaan?
5
La ciudad
De stad
Oefening 4: Werkwoordsvervoeging
Instructie: Kies de juiste vorm.
vivo, vives, vive, vivimos, vivís, viven
Oefening 5: Los artículos en español
Instructie: Vul het juiste woord in.
La, Las, El, la, Los, Unas, el
Oefening 6: El género de los sustantivos
Instructie: Vul het juiste woord in.
El, La
Aanvullend leermateriaal Delen Gekopieerd!
Bijlage 1: Grammatica Delen Gekopieerd!
We geven toe dat het niet het meest opwindende is, maar het is absoluut essentieel (en we beloven dat het zich zal terugbetalen)!
Bijlage 1: Uitgebreide vocabulaire tabel Delen Gekopieerd!
Kernwoordenschat
(23):
Werkwoorden: 3,
Zelfstandige naamwoorden: 19,
Vragen: 1,
Contextwoordenschat:
2
Spaans | Nederlands |
---|---|
Alemania | Duitsland |
Bélgica | België |
Dinamarca | Denemarken |
El Reino Unido | Het Verenigd Koninkrijk |
El idioma | De taal |
El país | Het land |
España | Spanje |
Finlandia | Finland |
Francia | Frankrijk |
Idiomas | Talen |
Italia | Italië |
La capital | De hoofdstad |
La ciudad | De stad |
La nacionalidad | De nationaliteit |
Los Países Bajos | Nederland |
Nacer | Geboren worden |
Noruega | Noorwegen |
Polonia | Polen |
Portugal | Portugal |
Región | Regio |
Suecia | Zweden |
Suiza | Zwitserland |
Venir | Komen |
Vivir | Leven |
¿De dónde eres? | Waar kom je vandaan? |
Bijlage 2: Werkwoordsvervoegingstabellen voor deze les Delen Gekopieerd!
Vivir leven Delen Gekopieerd!
Presente
Spaans | Nederlands |
---|---|
yo vivo | ik leef |
tú vives | jij leeft |
él/ella vive | hij/zij leeft |
nosotros/nosotras vivimos | wij leven |
vosotros/vosotras vivís | jullie leven |
ellos/ellas viven | zij leven |
Zie je geen vooruitgang als je alleen studeert? Bestudeer dit materiaal met een gecertificeerde docent!
Wil je vandaag Spaans oefenen? Dat is mogelijk! Neem vandaag nog contact op met een van onze docenten.