Saber (weten) - Presente, indicativo (Tegenwoordige tijd, aantonende wijs) Delen Gekopieerd!

Saber - Vervoeging van weten in het Spaans: vervoegingstabel, voorbeelden en oefeningen in de tegenwoordige tijd, indicatief (Presente, indicativo).
Presente, indicativo (Tegenwoordige tijd, aantonende wijs)
Alle vervoegingen en tijden: Saber (weten) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen
Lesprogramma: Spaanse les - Partes del cuerpo (Lichaamsdelen)
Vervoeging van weten in de tegenwoordige tijd
Spaans | Nederlands |
---|---|
yo sé | ik weet |
tú sabes | jij weet |
él/ella sabe | hij/zij weet |
nosotros/nosotras sabemos | wij weten |
vosotros/vosotras sabéis | jullie weten |
ellos/ellas saben | zij weten |
Voorbeeldzinnen
Spaans | Nederlands |
---|---|
Sé dónde está mi pelo. | Ik weet waar mijn haar is. |
Sabes por qué mi nariz duele. | Jij weet waarom mijn neus pijn doet. |
Sabe cómo cuidar el cuerpo. | Hij/zij weet hoe hij/zij voor het lichaam moet zorgen. |
Sabemos usar las gafas. | Wij weten hoe we de bril moeten gebruiken. |
Sabéis dónde está la tienda. | jullie weten waar de winkel is. |
Saben describir las orejas bien. | Zij weten de oren goed te beschrijven. |
Oefening: Werkwoordsvervoeging
Instructie: Kies de juiste vorm.
sé, sabes, sabe, sabemos, sabéis, saben
1.
... usar las gafas.
(Wij weten hoe we de bril moeten gebruiken.)
2.
... describir las orejas bien.
(Zij weten de oren goed te beschrijven.)
3.
... dónde está mi pelo.
(Ik weet waar mijn haar is.)
4.
... por qué mi nariz duele.
(Jij weet waarom mijn neus pijn doet.)
5.
... dónde está la tienda.
(Jullie weten waar de winkel is.)
6.
... cómo cuidar el cuerpo.
(Hij/zij weet hoe hij/zij voor het lichaam moet zorgen.)