Recordar (herinneren) - Pretérito imperfecto, indicativo (Onvoltooid verleden tijd, aantonende wijs)

 Recordar (herinneren) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Recordar - Vervoeging van herinneren in het Spaans: Vervoegingstabel, voorbeelden en oefeningen in de verleden tijd, indicatieve wijs (Pretérito imperfecto, indicativo).

Pretérito imperfecto, indicativo (Onvoltooid verleden tijd, aantonende wijs)

Alle vervoegingen en tijden: Recordar (herinneren) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Lesprogramma: Spaanse les - Números ordinales (Rangtelwoorden)

Vervoeging van herinneren in de Pretérito imperfecto

Spaans Nederlands
yo recordaba ik herinnerde
tú recordabas jij herinnerde
él/ella recordaba hij herinnerde
nosotros/nosotras recordábamos wij herinnerden
vosotros/vosotras recordabais jullie herinnerden
ellos/ellas recordaban zij herinnerden

Voorbeeldzinnen

Spaans Nederlands
Yo recordaba mi infancia con nostalgia. Ik herinnerde mij mijn jeugd met nostalgie.
Tú recordabas el juguete favorito. Jij herinnerde je het favoriete speeltje.
Él recordaba salir al parque de niño. Hij herinnerde zich dat hij als kind naar het park ging.
Nosotros recordábamos las fotografías familiares. Wij herinnerden ons de familie foto's.
Vosotros recordabais hacer la compra juntos. Jullie herinnerden je om samen boodschappen te doen.
Ellos recordaban ver programas divertidos. Zij herinnerden zich grappige programma's te zien.

Oefening: Werkwoordsvervoeging

Instructie: Kies de juiste vorm.

Toon vertaling Toon antwoorden

recordaba, recordaban, recordabais, recordabas, recordábamos

1.
Vosotros ... hacer la compra juntos.
(Jullie herinnerden je om samen boodschappen te doen.)
2.
Ellos ... ver programas divertidos.
(Zij herinnerden zich grappige programma's te zien.)
3.
Nosotros ... las fotografías familiares.
(Wij herinnerden ons de familie foto's.)
4.
Él ... salir al parque de niño.
(Hij herinnerde zich dat hij als kind naar het park ging.)
5.
Yo ... mi infancia con nostalgia.
(Ik herinnerde mij mijn jeugd met nostalgie.)
6.
Tú ... el juguete favorito.
(Jij herinnerde je het favoriete speeltje.)