Oír (horen) - Pretérito imperfecto, indicativo (Onvoltooid verleden tijd, aantonende wijs) Delen Gekopieerd!

Oír - Vervoeging van Horen in het Spaans: Vervoegingstabel, voorbeelden en oefeningen in de onvoltooid verleden tijd, aantonende wijs (Pretérito imperfecto, indicativo).
Pretérito imperfecto, indicativo (Onvoltooid verleden tijd, aantonende wijs)
Alle vervoegingen en tijden: Oír (horen) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen
Lesprogramma: Spaanse les - Sentidos y percepción (Zintuigen en waarnemen)
Vervoeging van oír in pretérito imperfecto
Spaans | Nederlands |
---|---|
yo oía | ik hoorde |
tú oías | jij hoorde |
él/ella oía | hij hoorde |
nosotros/nosotras oíamos | wij hoorden |
vosotros/vosotras oíais | jullie hoorden |
ellos/ellas oían | zij hoorden |
Voorbeeldzinnen
Spaans | Nederlands |
---|---|
Yo oía el ruido del viento. | Ik hoorde het geluid van de wind. |
Tú oías la dulce voz. | Jij hoorde de zachte stem. |
Él oía el sonido suave. | Hij hoorde het zachte geluid. |
Nosotros oíamos el silencio claro. | Wij hoorden de duidelijke stilte. |
Vosotros oíais el olor amargo. | Jullie roken de bittere geur. |
Ellos oían la música oscura. | Zij hoorden de donkere muziek. |
Oefening: Werkwoordsvervoeging
Instructie: Kies de juiste vorm.
oíais, oía, oían, oías, oíamos
1.
Vosotros ... el olor amargo.
(Jullie roken de bittere geur.)
2.
Nosotros ... el silencio claro.
(Wij hoorden de duidelijke stilte.)
3.
Tú ... la dulce voz.
(Jij hoorde de zachte stem.)
4.
Ellos ... la música oscura.
(Zij hoorden de donkere muziek.)
5.
Yo ... el ruido del viento.
(Ik hoorde het geluid van de wind.)
6.
Él ... el sonido suave.
(Hij hoorde het zachte geluid.)