Encontrar (vinden) - Presente, indicativo (Tegenwoordige tijd, aantonende wijs) Delen Gekopieerd!

Encontrar - Vervoeging van Vinden in het Spaans: Vervoegingstabel, voorbeelden en oefeningen in de tegenwoordige, indicatieve tijd (Presente, indicativo).
Presente, indicativo (Tegenwoordige tijd, aantonende wijs)
Alle vervoegingen en tijden: Encontrar (vinden) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen
Lesprogramma: Spaanse les - Pedir y dar direcciones. (Routebeschrijving vragen en geven)
Vervoeging van encontrar in de tegenwoordige tijd
Spaans | Nederlands |
---|---|
yo encuentro | ik vind |
tú encuentras | jij vindt |
él/ella encuentra | hij/zij vindt |
nosotros/nosotras encontramos | wij vinden |
vosotros/vosotras encontráis | jullie vinden |
ellos/ellas encuentran | zij vinden |
Voorbeeldzinnen
Spaans | Nederlands |
---|---|
Yo encuentro la bicicleta en el parque. | Ik vind de fiets in het park. |
Tú encuentras las llaves en la cocina. | Jij vindt de sleutels in de keuken. |
Él encuentra el libro en la biblioteca. | Hij vindt het boek in de bibliotheek. |
Nosotros encontramos la pizzería en el centro. | Wij vinden de pizzeria in het centrum. |
Vosotros encontráis el coche en el estacionamiento. | Jullie vinden de auto op de parkeerplaats. |
Ellos encuentran a Luis en el metro. | Zij vinden Luis in de metro. |
Oefening: Werkwoordsvervoeging
Instructie: Kies de juiste vorm.
encuentro, encuentras, encuentra, encontramos, encontráis, encuentran
1.
Yo ... la bicicleta en el parque.
(Ik vind de fiets in het park.)
2.
Vosotros ... el coche en el estacionamiento.
(Jullie vinden de auto op de parkeerplaats.)
3.
Tú ... las llaves en la cocina.
(Jij vindt de sleutels in de keuken.)
4.
Ellos ... a luis en el metro.
(Zij vinden Luis in de metro.)
5.
Nosotros ... la pizzería en el centro.
(Wij vinden de pizzeria in het centrum.)
6.
Él ... el libro en la biblioteca.
(Hij vindt het boek in de bibliotheek.)