Presentarse (zich voorstellen) - Pretérito indefinido, indicativo (Onvoltooid verleden tijd, aantonende wijs)

 Presentarse (zich voorstellen) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Presentarse - Vervoeging van zich voorstellen in het Spaans: Vervoegingstabel, voorbeelden en oefeningen in de verleden tijd, indicatieve wijs (Pretérito indefinido, indicativo).

Pretérito indefinido, indicativo (Onvoltooid verleden tijd, aantonende wijs)

Alle vervoegingen en tijden: Presentarse (zich voorstellen) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Lesprogramma: Spaanse les - Decir tu nombre (Je naam zeggen)

Vervoeging van zich voorstellen in Pretérito indefinido

Spaans Nederlands
yo me presenté ik stelde me voor
tú te presentaste jij stelde jezelf voor
él/ella se presentó hij stelde zich voor
nosotros/nosotras nos presentamos wij stelden ons voor
vosotros/vosotras os presentasteis jullie stelden jezelf voor
ellos/ellas se presentaron zij stelden zich voor

Voorbeeldzinnen

Spaans Nederlands
Me presenté como el señor García. Ik stelde me voor als meneer García.
Te presentaste y dijiste tu nombre. Je stelde jezelf voor en noemde je naam.
Se presentó y escribió su apellido. Hij stelde zich voor en schreef zijn achternaam op.
Nos presentamos con mucho gusto. We hebben ons met veel plezier voorgesteld.
Os presentasteis y comprendiéis todo. Jullie stelden jezelf voor en begrepen alles.
Se presentaron al chico y la chica. Ze stelden zich voor aan de jongen en het meisje.

Oefening: Werkwoordsvervoeging

Instructie: Kies de juiste vorm.

Toon vertaling Toon antwoorden

nos presentamos, se presentó, se presentaron, os presentasteis, me presenté, te presentaste

1.
... como el señor garcía.
(Ik stelde me voor als meneer García.)
2.
... y dijiste tu nombre.
(Je stelde jezelf voor en noemde je naam.)
3.
... y escribió su apellido.
(Hij stelde zich voor en schreef zijn achternaam op.)
4.
... con mucho gusto.
(We hebben ons met veel plezier voorgesteld.)
5.
... y comprendiéis todo.
(Jullie stelden jezelf voor en begrepen alles.)
6.
... al chico y la chica.
(Ze stelden zich voor aan de jongen en het meisje.)