Jugar (spelen) - Pretérito imperfecto, indicativo (Onvoltooid verleden tijd, aantonende wijs) Delen Gekopieerd!

Jugar - Vervoeging van Spelen in het Spaans: Vervoegingstabel, voorbeelden en oefeningen in de onvoltooid verleden tijd, indicatieve wijs (Pretérito imperfecto, indicativo).
Pretérito imperfecto, indicativo (Onvoltooid verleden tijd, aantonende wijs)
Alle vervoegingen en tijden: Jugar (spelen) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen
Lesprogramma: Spaanse les - Deportes y ejercicio (Sport en beweging)
Vervoeging van jugar in Pretérito imperfecto
Spaans | Nederlands |
---|---|
yo jugaba | ik speelde |
tú jugabas | jij speelde |
él/ella jugaba | hij speelde |
nosotros/nosotras jugábamos | wij speelden |
vosotros/vosotras jugabais | jullie speelden |
ellos/ellas jugaban | zij speelden |
Voorbeeldzinnen
Spaans | Nederlands |
---|---|
De niño, jugaba con mi juguete favorito. | Als kind speelde ik met mijn favoriete speelgoed. |
De pequeño, jugabas con la cámara vieja. | Als kind speelde je met de oude camera. |
Ella siempre jugaba con fotos de la infancia. | Zij speelde altijd met kinderfoto's. |
Jugábamos juntos en el parque cada tarde. | We speelden elke middag samen in het park. |
Jugabais a la pelota en el recreo. | Jullie speelden met de bal tijdens de pauze. |
En la infancia, jugaban con recuerdos felices. | In de kindertijd speelden ze met gelukkige herinneringen. |
Oefening: Werkwoordsvervoeging
Instructie: Kies de juiste vorm.
jugaban, jugabas, jugabais, jugábamos, jugaba
1.
De niño, ... con mi juguete favorito.
(Als kind speelde ik met mijn favoriete speelgoed.)
2.
En la infancia, ... con recuerdos felices.
(In de kindertijd speelden ze met gelukkige herinneringen.)
3.
De pequeño, ... con la cámara vieja.
(Als kind speelde je met de oude camera.)
4.
Ella siempre ... con fotos de la infancia.
(Zij speelde altijd met kinderfoto's.)
5.
... juntos en el parque cada tarde.
(We speelden elke middag samen in het park.)
6.
... a la pelota en el recreo.
(Jullie speelden met de bal tijdens de pauze.)