Alquilar (huren) - Pretérito imperfecto, indicativo (Onvoltooid verleden tijd, aantonende wijs)

 Alquilar (huren) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Alquilar - Vervoeging van huren in het Spaans: vervoegingstabel, voorbeelden en oefeningen in de onvoltooid verleden tijd, indicatieve wijs (Pretérito imperfecto, indicativo).

Pretérito imperfecto, indicativo (Onvoltooid verleden tijd, aantonende wijs)

Alle vervoegingen en tijden: Alquilar (huren) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Lesprogramma: Spaanse les - Vivienda y alojamiento (Huisvesting en accommodatie)

Vervoeging van alquilar in de Pretérito imperfecto

Spaans Nederlands
yo alquilaba ik huurde
tú alquilabas jij huurde
él/ella alquilaba hij huurde
nosotros/nosotras alquilábamos wij huurden
vosotros/vosotras alquilabais jullie huurden
ellos/ellas alquilaban zij huurden

Voorbeeldzinnen

Spaans Nederlands
Yo alquilaba una habitación en la ciudad. Ik huurde een kamer in de stad.
Tú alquilabas un apartamento cerca del centro. Jij huurde een appartement dicht bij het centrum.
Él alquilaba la casa al lado del parque. Hij huurde het huis naast het park.
Nosotros alquilábamos un dúplex para compartir. Wij huurden een duplex om te delen.
Vosotros alquilabais una villa en la costa. Jullie huurden een villa aan de kust.
Ellos alquilaban el loft en la urbanización. Zij huurden de loft in de urbanisatie.

Oefening: Werkwoordsvervoeging

Instructie: Kies de juiste vorm.

Toon vertaling Toon antwoorden

alquilabas, alquilaban, alquilábamos, alquilabais, alquilaba

1.
Yo ... una habitación en la ciudad.
(Ik huurde een kamer in de stad.)
2.
Tú ... un apartamento cerca del centro.
(Jij huurde een appartement dicht bij het centrum.)
3.
Él ... la casa al lado del parque.
(Hij huurde het huis naast het park.)
4.
Nosotros ... un dúplex para compartir.
(Wij huurden een duplex om te delen.)
5.
Ellos ... el loft en la urbanización.
(Zij huurden de loft in de urbanisatie.)
6.
Vosotros ... una villa en la costa.
(Jullie huurden een villa aan de kust.)