De reflexieve voornaamwoorden: "conmigo", "contigo", "mí", "ti", "sí"

Deze voornaamwoorden helpen te zien met wie de reflexiviteit wordt uitgevoerd en verbinden de personen.

Gramática: Los pronombres reflexivos: "conmigo", "contigo", "mí", "ti', "sí"

A2 Spaans Wederkerende voornaamwoorden

Niveau: A2

Module 2: El buen pasado (De goeie oude tijd)

Les 16: El gobierno (De overheid)

Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 15 minuten

Audio en video

Audio met vertalingen

  1. Er worden "conmigo", "contigo" en "consigo" gebruikt om uit te drukken dat een actie met een andere persoon wordt uitgevoerd. Ze worden gevormd door het voorzetsel "con" te combineren met de voornaamwoorden "mí" (van yo), "ti" (van tú) en sí (él).
  2. De voornaamwoorden "mí", "sí" en "ti" komen na de voorzetsels.
FórmulaFrases 
Yo (mí) -> con + --> conmigoÉl se fue al ejercito (Hij ging naar het leger) conmigo.
Tu (ti) -> con + ti  -> contigo Iba a votar contigo al ayuntamiento.  (Ik ging met jou naar het gemeentehuis om te stemmen.)
Él / Ella (sí) -> con + -> consigoEl príncipe siempre lleva un libro consigo. (De prins draagt altijd een boek bij zich.)

Uitzonderingen!

  1. Deze voornaamwoorden bestaan alleen in het enkelvoud, voor de meervoudige voornaamwoorden worden "con nosotros", "con vosotros", "con ellos" gebruikt.

Oefening 1: Los pronombres reflexivos: "conmigo", "contigo", "mí", "ti', "sí"

Instructie: Vul het juiste woord in.

Toon vertaling Toon antwoorden

contigo, consigo, mí, conmigo, ti

1.
Tú: Estudié política ....
(Ik heb politiek met je gestudeerd.)
2.
Yo: Mi amigo votó en las elecciones junto a ....
(Mijn vriend stemde bij de verkiezingen samen met mij.)
3.
Yo: El juez habló sobre la guerra ... durante la entrevista.
(De rechter sprak tijdens het interview met mij over de oorlog.)
4.
Tú: Voy a ver a ... en el ayuntamiento.
(Ik ga je bij het stadhuis zien.)
5.
Tú: Voy a votar ... al ayuntamiento.
(Ik ga met je naar het stadhuis stemmen.)
6.
Tú: Yo votó por ... en las elecciones.
(Ik stemde op jou bij de verkiezingen.)
7.
Yo: Viniste ... para hablar con el primer ministro.
(Je kwam met me mee om met de eerste minister te praten.)
8.
Ella: La princesa habló ... misma.
(Ella: De prinses sprak met zichzelf.)

Oefening 2: Vertaal en gebruik in een zin

Instructie: Kies een woord, vertaal het en gebruik het woord in een zin of dialoog.

1

ti


jou

2


mij

3

contigo


jullie

4


zichzelf