Spaans A1.1.1 Hoe zich voor te stellen?

Pedro en Ana ontmoeten elkaar voor het eerst op straat. Ze wisselen begroetingen uit, praten wat en nemen afscheid.

Diálogo: ¿Cómo presentarse?

Pedro y Ana se conocen por primera vez en la calle. Intercambian saludos, hablando un poco y se despiden.

Spaans A1.1.1 Hoe zich voor te stellen?

A1 Spaans

Niveau: A1

Module 1: Presentarse (Jezelf voorstellen)

Les 1: Saludos y despedidas (Groeten en afscheid)

Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 15 minuten

Audio en video

Audio
Audio
Audio met vertalingen
Audio met vertalingen

Gesprek

1. Pedro: Buenos días Ana. (Goedemorgen Ana.)
2. Ana: ¡Hola Pedro! ¿Cómo estás? (Hallo Pedro! Hoe gaat het met jou?)
3. Pedro: Estoy bien, gracias. ¿Y tú cómo estás? (Ik ben goed, dank je. En jij, hoe gaat het?)
4. Ana: Yo estoy bien, gracias. (Ik ben goed, bedankt.)
5. Pedro: Encantado de conocerte. (Blij om je te ontmoeten.)
6. Ana: ¡Encantada! (Aangenaam!)
7. Pedro: ¡Hasta luego! (Tot ziens!)
8. Ana: ¡Adiós! Nos vemos. (Dag! We zien elkaar.)

Oefening 1: Discussievragen

Instructie: Bespreek de vragen nadat je naar de audio hebt geluisterd of de tekst hebt gelezen.

  1. Ana dice: A) Encantado B) Encantada
  2. Ana zegt: A) Aangenaam B) Aangenaam
  3. ¿Cómo está Ana? A) Bien B) Mal
  4. Hoe gaat het met Ana? A) Goed B) Slecht

Oefening 2:

Instructie: Vul het juiste woord in.

Toon vertaling Toon antwoorden

Hola, gracias, Encantado, Nos vemos, Buenos días

1.
... Ana.
(Goedemorgen Ana.)
2.
¡... Pedro! ¿Cómo estás?
(Hallo Pedro! Hoe gaat het met je?)
3.
... de conocerte.
(Aangenaam om kennis te maken.)
4.
Yo estoy bien, ....
(Ik ben goed, dank je.)
5.
¡Adiós! ....
(Dag! Tot ziens.)

Oefening 3: Orden de tekst

Instructie: Nummeer de zinnen in de juiste volgorde en lees hardop voor.

Toon vertaling
2
... ¡Hola Pedro! ¿Cómo estás?
(Hallo Pedro! Hoe gaat het met je?)
4
... Yo estoy bien, gracias.
(Ik ben goed, dank je.)
5
... Encantado de conocerte.
(Aangenaam om kennis te maken.)
1
1 Buenos días Ana.
(Goedemorgen Ana.)
8
... ¡Adiós! Nos vemos.
(Dag! Tot ziens.)
3
... Estoy bien, gracias. ¿Y tú cómo estás?
(Met mij gaat het goed, dank je. En hoe gaat het met jou?)
7
7 ¡Hasta luego!
(Tot ziens!)