Pasar (passeren) - Pretérito perfecto, indicativo (Voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs)

 Pasar (passeren) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Pasar - Vervoeging van passeren in het Spaans: Vervoegingstabel, voorbeelden en oefeningen in de voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs. (Pretérito perfecto, indicativo).

Pretérito perfecto, indicativo (Voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs)

Alle vervoegingen en tijden: Pasar (passeren) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Lesprogramma: Spaanse les - Servicios cotidianos (Dagelijkse diensten)

Vervoeging van pasar in Pretérito perfecto

Spaans Nederlands
yo he pasado ik heb gepasseerd
tú has pasado jij hebt gepasseerd
él/ella ha pasado hij/zij heeft gepasseerd
nosotros/nosotras hemos pasado wij hebben gepasseerd
vosotros/vosotras habéis pasado jullie hebben gepasseerd
ellos/ellas han pasado zij hebben gepasseerd

Voorbeeldzinnen

Spaans Nederlands
He pasado por el control de seguridad. Ik ben door de veiligheidscontrole gegaan.
Has pasado el mostrador de facturación. Je bent langs de incheckbalie gegaan.
Ha pasado su carné de identidad al agente. Hij heeft zijn identiteitskaart aan de agent gegeven.
Hemos pasado las instrucciones de la azafata. We hebben de instructies van de stewardess doorgenomen.
Habéis pasado cómodamente el vuelo. Jullie hebben comfortabel gevlogen.
Han pasado abrochándose el cinturón de seguridad. Ze hebben hun veiligheidsgordel vastgemaakt.

Oefening: Werkwoordsvervoeging

Instructie: Kies de juiste vorm.

Toon vertaling Toon antwoorden

han pasado, habéis pasado, ha pasado, hemos pasado, has pasado, he pasado

1.
... cómodamente el vuelo.
(Jullie hebben comfortabel gevlogen.)
2.
... por el control de seguridad.
(Ik ben door de veiligheidscontrole gegaan.)
3.
... su carné de identidad al agente.
(Hij heeft zijn identiteitskaart aan de agent gegeven.)
4.
... las instrucciones de la azafata.
(We hebben de instructies van de stewardess doorgenomen.)
5.
... abrochándose el cinturón de seguridad.
(Ze hebben hun veiligheidsgordel vastgemaakt.)
6.
... el mostrador de facturación.
(Je bent langs de incheckbalie gegaan.)