Nadar (zwemmen) - Presente, indicativo (Tegenwoordige tijd, aantonende wijs) Delen Gekopieerd!

Nadar - Vervoeging van Zwemmen in het Spaans: Vervoegingstabel, voorbeelden en oefeningen in de tegenwoordige tijd, indicatief (Presente, indicativo).
Presente, indicativo (Tegenwoordige tijd, aantonende wijs)
Alle vervoegingen en tijden: Nadar (zwemmen) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen
Lesprogramma: Spaanse les - Deportes y ejercicio (Sport en beweging)
Vervoeging van zwemmen in de tegenwoordige tijd
Spaans | Nederlands |
---|---|
yo nado | ik zwem |
tú nadas | jij zwemt |
él/ella nada | hij/zij zwemt |
nosotros/nosotras nadamos | wij zwemmen |
vosotros/vosotras nadáis | jullie zwemmen |
ellos/ellas nadan | zij zwemmen |
Voorbeeldzinnen
Spaans | Nederlands |
---|---|
Yo nado todos los días. | Ik zwem elke dag. |
Tú nadas cada lunes. | Jij zwemt elke maandag. |
Él nada durante las vacaciones. | Hij zwemt tijdens de vakantie. |
Nosotros nadamos los fines de semana. | Wij zwemmen in het weekend. |
Vosotros nadáis de vez en cuando. | Jullie zwemmen af en toe. |
Ellos nunca nadan. | Zij zwemmen nooit. |
Oefening: Werkwoordsvervoeging
Instructie: Kies de juiste vorm.
nadan, nada, nadáis, nado, nadas, nadamos
1.
Vosotros ... de vez en cuando.
(Jullie zwemmen af en toe.)
2.
Ellos nunca ....
(Zij zwemmen nooit.)
3.
Nosotros ... los fines de semana.
(Wij zwemmen in het weekend.)
4.
Él ... durante las vacaciones.
(Hij zwemt tijdens de vakantie.)
5.
Yo ... todos los días.
(Ik zwem elke dag.)
6.
Tú ... cada lunes.
(Jij zwemt elke maandag.)