Venir (komen) - Pretérito perfecto, indicativo (Voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs)

 Venir (komen) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Venir - Vervoeging van Komen in het Spaans: Vervoegingstabel, voorbeelden en oefeningen in de voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs (Pretérito perfecto, indicativo).

Pretérito perfecto, indicativo (Voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs)

Alle vervoegingen en tijden: Venir (komen) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Lesprogramma: Spaanse les - ¿De dónde eres? (Waar kom je vandaan?)

Vervoeging van venir in Pretérito perfecto

Spaans Nederlands
yo he venido ik ben gekomen
tú has venido jij bent gekomen
él/ella ha venido hij/zij is gekomen
nosotros/nosotras hemos venido wij zijn gekomen
vosotros/vosotras habéis venido jullie zijn gekomen
ellos/ellas han venido zij zijn gekomen

Voorbeeldzinnen

Spaans Nederlands
He venido a buscar una novela. Ik ben gekomen om een roman te zoeken.
¿Has venido a la sala de lectura? Ben je naar de leeszaal gekomen?
Ha venido a investigar literatura. Hij is gekomen om literatuur te onderzoeken.
Hemos venido por la tarjeta de biblioteca. We zijn gekomen voor de bibliotheekkaart.
¿Habéis venido a ver el catálogo? Jullie zijn gekomen om de catalogus te zien.
Han venido a prestar un cuento de hadas. Ze zijn gekomen om een sprookje te lenen.

Oefening: Werkwoordsvervoeging

Instructie: Kies de juiste vorm.

Toon vertaling Toon antwoorden

he venido, has venido, ha venido, hemos venido, habéis venido, han venido

1.
... a investigar literatura.
(Hij is gekomen om literatuur te onderzoeken.)
2.
¿... a ver el catálogo?
(Zijn jullie gekomen om de catalogus te bekijken?)
3.
... a buscar una novela.
(Ik ben gekomen om een roman te zoeken.)
4.
... por la tarjeta de biblioteca.
(We zijn gekomen voor de bibliotheekkaart.)
5.
¿... a la sala de lectura?
(Ben je naar de leeszaal gekomen?)
6.
... a prestar un cuento de hadas.
(Ze zijn gekomen om een sprookje te lenen.)