Planchar (strijken) - Presente, indicativo (Tegenwoordige tijd, aantonende wijs) Delen Gekopieerd!

Planchar - Vervoeging van strijken in het Spaans: Vervoegingstabel, voorbeelden en oefeningen in de tegenwoordige, indicatieve tijd (Presente, indicativo).
Presente, indicativo (Tegenwoordige tijd, aantonende wijs)
Alle vervoegingen en tijden: Planchar (strijken) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen
Lesprogramma: Spaanse les - En la tienda de ropa (In de kledingwinkel)
Vervoeging van strijken in de tegenwoordige tijd
Spaans | Nederlands |
---|---|
yo plancho | ik strijk |
tú planchas | jij strijkt |
él/ella plancha | hij strijkt |
nosotros/nosotras planchamos | wij strijken |
vosotros/vosotras plancháis | jullie strijken |
ellos/ellas planchan | zij strijken |
Voorbeeldzinnen
Spaans | Nederlands |
---|---|
Yo plancho mi camisa todos los días. | Ik strijk elke dag mijn overhemd. |
Tú planchas la ropa de tu hermano. | Jij strijkt de kleren van je broer. |
Él plancha su uniforme escolar por la mañana. | Hij strijkt zijn schooluniform 's ochtends. |
Nosotros planchamos nuestras camisas blancas. | Wij strijken onze witte overhemden. |
Vosotros plancháis las cortinas de la sala. | Jullie strijken de gordijnen van de woonkamer. |
Ellos planchan las camisas de la oficina. | Zij strijken de overhemden van het kantoor. |
Oefening: Werkwoordsvervoeging
Instructie: Kies de juiste vorm.
planchan, planchas, plancha, planchamos, plancho, plancháis
1.
Yo ... mi camisa todos los días.
(Ik strijk elke dag mijn overhemd.)
2.
Nosotros ... nuestras camisas blancas.
(Wij strijken onze witte overhemden.)
3.
Él ... su uniforme escolar por la mañana.
(Hij strijkt zijn schooluniform 's ochtends.)
4.
Tú ... la ropa de tu hermano.
(Jij strijkt de kleren van je broer.)
5.
Vosotros ... las cortinas de la sala.
(Jullie strijken de gordijnen van de woonkamer.)
6.
Ellos ... las camisas de la oficina.
(Zij strijken de overhemden van het kantoor.)