Invitar (uitnodigen) - Futuro simple, indicativo (Toekomende tijd, aantonende wijs) Delen Gekopieerd!

Invitar - Vervoeging van uitnodigen in het Spaans: Vervoegingstabel, voorbeelden en oefeningen in de toekomende tijd, indicatief. (Futuro simple, indicativo).
Futuro simple, indicativo (Toekomende tijd, aantonende wijs)
Alle vervoegingen en tijden: Invitar (uitnodigen) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen
Lesprogramma: Spaanse les - Oficina y reuniones (Kantoor en vergaderingen)
Vervoeging van uitnodigen in de onvoltooid toekomende tijd
Spaans | Nederlands |
---|---|
yo invitaré | ik zal uitnodigen |
tú invitarás | jij zult uitnodigen |
él/ella invitará | hij/zij zal uitnodigen |
nosotros/nosotras invitaremos | wij zullen uitnodigen |
vosotros/vosotras invitaréis | jullie zullen uitnodigen |
ellos/ellas invitarán | zij zullen uitnodigen |
Voorbeeldzinnen
Spaans | Nederlands |
---|---|
Invitaré a mis amigos a jugar al ajedrez. | Ik zal mijn vrienden uitnodigen om schaak te spelen. |
Invitarás a tus amigos a tomar un café. | Je zult je vrienden uitnodigen voor een kop koffie. |
Invitará a su familia a una fiesta. | Hij zal zijn familie uitnodigen voor een feestje. |
Invitaremos a todos a jugar a las cartas. | We zullen iedereen uitnodigen om kaarten te spelen. |
Invitaréis a salir con amigos al parque de atracciones. | Jullie zullen vrienden uitnodigen om naar het pretpark te gaan. |
Invitarán a un aperitivo muy interesante. | Ze zullen uitnodigen voor een heel interessant aperitief. |
Oefening: Werkwoordsvervoeging
Instructie: Kies de juiste vorm.
invitarán, invitaré, invitaréis, invitar�, invitaremos, invitarás
1.
... a salir con amigos al parque de atracciones.
(Jullie zullen vrienden uitnodigen om naar het pretpark te gaan.)
2.
...? a su familia a una fiesta.
(Hij zal zijn familie uitnodigen voor een feestje.)
3.
... a tus amigos a tomar un café.
(Je zult je vrienden uitnodigen voor een kop koffie.)
4.
... a un aperitivo muy interesante.
(Ze zullen uitnodigen voor een heel interessant aperitief.)
5.
... a mis amigos a jugar al ajedrez.
(Ik zal mijn vrienden uitnodigen om schaak te spelen.)
6.
... a todos a jugar a las cartas.
(We zullen iedereen uitnodigen om kaarten te spelen.)