Haber (hebben) - Pretérito perfecto, indicativo (Voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs)

 Haber (hebben) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Haber - Vervoeging van Hebben in het Spaans: Vervoegingstabel, voorbeelden en oefeningen in de voltooide tijd, indicatieve wijs (Pretérito perfecto, indicativo).

Pretérito perfecto, indicativo (Voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs)

Alle vervoegingen en tijden: Haber (hebben) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Lesprogramma: Spaanse les - Nuestra casa (Ons huis)

Vervoeging van haber in Pretérito Perfecto

Spaans Nederlands
yo he habido ik heb gehad
tú has habido jij hebt gehad
él/ella ha habido hij heeft gehad
nosotros/nosotras hemos habido wij hebben gehad
vosotros/vosotras habéis habido jullie hebben gehad
ellos/ellas han habido zij hebben gehad

Voorbeeldzinnen

Spaans Nederlands
He habido de confirmar el alojamiento. Ik heb de accommodatie moeten bevestigen.
¿Has habido de hacer una reserva online? Heb jij een online reservering moeten maken?
Ha habido una oferta de media pensión. Er is een aanbod van halfpension geweest.
Hemos habido que buscar un hostal. We hebben moeten zoeken naar een hostel.
¿Habéis habido de pedir una habitación doble? jullie hebben een tweepersoonskamer gevraagd
Han habido opciones para el camping. Er zijn opties geweest voor het kamperen.

Oefening: Werkwoordsvervoeging

Instructie: Kies de juiste vorm.

Toon vertaling Toon antwoorden

he habido, has habido, ha habido, hemos habido, habéis habido, han habido

1.
... una oferta de media pensión.
(Er is een aanbod van halfpension geweest.)
2.
... de confirmar el alojamiento.
(Ik heb de accommodatie moeten bevestigen.)
3.
¿... de pedir una habitación doble?
(Hebben jullie een tweepersoonskamer moeten aanvragen?)
4.
... que buscar un hostal.
(We hebben moeten zoeken naar een hostel.)
5.
... opciones para el camping.
(Er zijn opties geweest voor het kamperen.)
6.
¿... de hacer una reserva online?
(Heb je online een reservering gemaakt?)