Decir (zeggen) - Pretérito perfecto, indicativo (Voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs)

 Decir (zeggen) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Decir - Vervoeging van zeggen in het Spaans: Vervoegingstabel, voorbeelden en oefeningen in de voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs (Pretérito perfecto, indicativo).

Pretérito perfecto, indicativo (Voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs)

Alle vervoegingen en tijden: Decir (zeggen) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Lesprogramma: Spaanse les - Decir tu nombre (Je naam zeggen)

Vervoeging van zeggen in Pretérito perfecto

Spaans Nederlands
yo he dicho ik heb gezegd
tú has dicho jij hebt gezegd
él/ella ha dicho hij heeft gezegd
nosotros/nosotras hemos dicho wij hebben gezegd
vosotros/vosotras habéis dicho jullie hebben gezegd
ellos/ellas han dicho zij hebben gezegd

Voorbeeldzinnen

Spaans Nederlands
He dicho que compraré el billete. Ik heb gezegd dat ik het ticket zal kopen.
Has dicho a la guía que irás. Je hebt de gids verteld dat je zult gaan.
El turista ha dicho que está relajado. De toerist heeft gezegd dat hij zich ontspannen voelt.
Hemos dicho que visitaremos el museo. We hebben gezegd dat we het museum zullen bezoeken.
Habéis dicho que la excursión será divertida. Jullie hebben gezegd dat de excursie leuk zal zijn.
Han dicho que tienen planes de viajar. Ze hebben gezegd dat ze plannen hebben om te reizen.

Oefening: Werkwoordsvervoeging

Instructie: Kies de juiste vorm.

Toon vertaling Toon antwoorden

he dicho, has dicho, habéis dicho, hemos dicho, han dicho, ha dicho

1.
... a la guía que irás.
(Je hebt de gids verteld dat je zult gaan.)
2.
... que compraré el billete.
(Ik heb gezegd dat ik het ticket zal kopen.)
3.
El turista ... que está relajado.
(De toerist heeft gezegd dat hij zich ontspannen voelt.)
4.
... que visitaremos el museo.
(We hebben gezegd dat we het museum zullen bezoeken.)
5.
... que la excursión será divertida.
(Jullie hebben gezegd dat de excursie leuk zal zijn.)
6.
... que tienen planes de viajar.
(Ze hebben gezegd dat ze plannen hebben om te reizen.)