Dar (geven) - Presente, indicativo (Tegenwoordige tijd, aantonende wijs)

 Dar (geven) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Dar - Vervoeging van geven in het Spaans: Vervoegingstabel, voorbeelden en oefeningen in de tegenwoordige, indicatieve tijd (Presente, indicativo).

Presente, indicativo (Tegenwoordige tijd, aantonende wijs)

Alle vervoegingen en tijden: Dar (geven) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Lesprogramma: Spaanse les - Pedir y dar direcciones. (Routebeschrijving vragen en geven)

Vervoeging van geven in tegenwoordige tijd

Spaans Nederlands
yo doy ik geef
tú das jij geeft
él/ella da hij geeft
nosotros/nosotras damos wij geven
vosotros/vosotras dais jullie geven
ellos/ellas dan zij geven

Voorbeeldzinnen

Spaans Nederlands
Yo te doy un dibujo. Ik geef je een tekening.
Tú me das la tarjeta. Jij geeft me de kaart.
Él le da el libro. Hij geeft hem het boek.
Nosotros les damos la foto. Wij geven hen de foto.
Vosotros me dais la el mapa. Jullie geven mij de kaart.
Ellos nos dan la comida. Zij geven ons het eten.

Oefening: Werkwoordsvervoeging

Instructie: Kies de juiste vorm.

Toon vertaling Toon antwoorden

damos, das, da, dais, doy, dan

1.
Yo te ... un dibujo.
(Ik geef je een tekening.)
2.
Tú me ... la tarjeta.
(Jij geeft me de kaart.)
3.
Ellos nos ... la comida.
(Zij geven ons het eten.)
4.
Nosotros les ... la foto.
(Wij geven hen de foto.)
5.
Vosotros me ... la el mapa.
(Jullie geven mij de kaart.)
6.
Él le ... el libro.
(Hij geeft hem het boek.)