Dar (geven) - Presente, indicativo (Tegenwoordige tijd, aantonende wijs) Delen Gekopieerd!

Dar - Vervoeging van geven in het Spaans: Vervoegingstabel, voorbeelden en oefeningen in de tegenwoordige, indicatieve tijd (Presente, indicativo).
Presente, indicativo (Tegenwoordige tijd, aantonende wijs)
Alle vervoegingen en tijden: Dar (geven) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen
Lesprogramma: Spaanse les - Pedir y dar direcciones. (Routebeschrijving vragen en geven)
Vervoeging van geven in tegenwoordige tijd
Spaans | Nederlands |
---|---|
yo doy | ik geef |
tú das | jij geeft |
él/ella da | hij geeft |
nosotros/nosotras damos | wij geven |
vosotros/vosotras dais | jullie geven |
ellos/ellas dan | zij geven |
Voorbeeldzinnen
Spaans | Nederlands |
---|---|
Yo te doy un dibujo. | Ik geef je een tekening. |
Tú me das la tarjeta. | Jij geeft me de kaart. |
Él le da el libro. | Hij geeft hem het boek. |
Nosotros les damos la foto. | Wij geven hen de foto. |
Vosotros me dais la el mapa. | Jullie geven mij de kaart. |
Ellos nos dan la comida. | Zij geven ons het eten. |
Oefening: Werkwoordsvervoeging
Instructie: Kies de juiste vorm.
damos, das, da, dais, doy, dan
1.
Yo te ... un dibujo.
(Ik geef je een tekening.)
2.
Tú me ... la tarjeta.
(Jij geeft me de kaart.)
3.
Ellos nos ... la comida.
(Zij geven ons het eten.)
4.
Nosotros les ... la foto.
(Wij geven hen de foto.)
5.
Vosotros me ... la el mapa.
(Jullie geven mij de kaart.)
6.
Él le ... el libro.
(Hij geeft hem het boek.)