Comer (eten) - Condicional simple, indicativo (Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd, aantonende wijs)

 Comer (eten) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Comer - Vervoeging van eten in het Spaans: Vervoegingstabel, voorbeelden en oefeningen in de eenvoudige voorwaardelijke, indicatieve tijd (Condicional simple, indicativo).

Condicional simple, indicativo (Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd, aantonende wijs)

Alle vervoegingen en tijden: Comer (eten) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Lesprogramma: Spaanse les - Alimentación diaria (Dagelijks eten)

Vervoeging van eten in de voorwaardelijke wijs

Spaans Nederlands
yo comería ik zou eten
tú comerías jij zou eten
él/ella comería hij zou eten
nosotros/nosotras comeríamos wij zouden eten
vosotros/vosotras comeríais jullie zouden eten
ellos/ellas comerían zij zouden eten

Voorbeeldzinnen

Spaans Nederlands
Yo comería productos de marca si fueran seguros. Ik zou merkproducten eten als ze veilig waren.
Tú comerías mientras veías El telediario. Jij zou eten terwijl je het journaal keek.
Él comería durante la pausa comercial del programa. Hij zou eten tijdens de reclamepauze van het programma.
Nosotros comeríamos en el cine antes de ver la película de acción. Wij zouden eten in de bioscoop voordat we de actiefilm gaan kijken.
Vosotros comeríais mientras escuchabais el podcast. Jullie zouden eten terwijl jullie naar de podcast luisterden.
Ellos comerían al terminar de leer el artículo. Zij zouden eten na het lezen van het artikel.

Oefening: Werkwoordsvervoeging

Instructie: Kies de juiste vorm.

Toon vertaling Toon antwoorden

comería, comerían, comeríais, comeríamos, comerías

1.
Ellos ... al terminar de leer el artículo.
(Zij zouden eten na het lezen van het artikel.)
2.
Vosotros ... mientras escuchabais el podcast.
(Jullie zouden eten terwijl jullie naar de podcast luisterden.)
3.
Nosotros ... en el cine antes de ver la película de acción.
(Wij zouden eten in de bioscoop voordat we de actiefilm gaan kijken.)
4.
Él ... durante la pausa comercial del programa.
(Hij zou eten tijdens de reclamepauze van het programma.)
5.
Tú ... mientras veías el telediario.
(Je zou eten terwijl je naar het nieuws keek.)
6.
Yo ... productos de marca si fueran seguros.
(Ik zou merkproducten eten als ze veilig waren.)