Cepillar (borstelen) - Presente, indicativo (Tegenwoordige tijd, aantonende wijs) Delen Gekopieerd!

Cepillar - Vervoeging van borstelen in het Spaans: Vervoegingstabel, voorbeelden en oefeningen in de tegenwoordige tijd, indicatief (Presente, indicativo).
Presente, indicativo (Tegenwoordige tijd, aantonende wijs)
Alle vervoegingen en tijden: Cepillar (borstelen) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen
Lesprogramma: Spaanse les - Tus mascotas (Jouw huisdieren)
Vervoeging van borstelen in de tegenwoordige tijd
Spaans | Nederlands |
---|---|
yo me cepillo | ik borstel |
tú te cepillas | jij borstelt |
él/ella se cepilla | hij/zij borstelt |
nosotros/nosotras nos cepillamos | wij borstelen |
vosotros/vosotras os cepilláis | jullie borstelen |
ellos/ellas se cepillan | zij borstelen |
Voorbeeldzinnen
Spaans | Nederlands |
---|---|
Yo me cepillo el pelo delante del espejo. | Ik borstel mijn haar voor de spiegel. |
Tú te cepillas los dientes después de comer. | Je poetst je tanden na het eten. |
Ella se cepilla el pelo todos los días. | Zij borstelt haar haar elke dag. |
Nosotros nos cepillamos los dientes antes de salir. | Wij poetsen onze tanden voordat we vertrekken. |
Vosotros os cepilláis el pelo para la fiesta. | Jullie borstelen je haar voor het feest. |
Ellos se cepillan los dientes todos los días. | Zij poetsen hun tanden elke dag. |
Oefening: Werkwoordsvervoeging
Instructie: Kies de juiste vorm.
me cepillo, te cepillas, nos cepillamos, os cepilláis, se cepilla, se cepillan
1.
Yo ... el pelo delante del espejo.
(Ik borstel mijn haar voor de spiegel.)
2.
Ellos ... los dientes todos los días.
(Zij poetsen hun tanden elke dag.)
3.
Ella ... el pelo todos los días.
(Zij borstelt haar haar elke dag.)
4.
Nosotros ... los dientes antes de salir.
(Wij poetsen onze tanden voordat we vertrekken.)
5.
Vosotros ... el pelo para la fiesta.
(Jullie borstelen je haar voor het feest.)
6.
Tú ... los dientes después de comer.
(Je poetst je tanden na het eten.)