Beber (drinken) - Presente, indicativo (Tegenwoordige tijd, aantonende wijs)

 Beber (drinken) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Beber - Vervoeging van drinken in het Spaans: Vervoegingstabel, voorbeelden en oefeningen in de tegenwoordige, indicatieve tijd (Presente, indicativo).

Presente, indicativo (Tegenwoordige tijd, aantonende wijs)

Alle vervoegingen en tijden: Beber (drinken) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Lesprogramma: Spaanse les - Alimentación diaria (Dagelijks eten)

Vervoeging van drinken in de tegenwoordige tijd

Spaans Nederlands
yo bebo ik drink
tú bebes jij drinkt
él/ella bebe hij drinkt
nosotros/nosotras bebemos wij drinken
vosotros/vosotras bebéis jullie drinken
ellos/ellas beben zij drinken

Voorbeeldzinnen

Spaans Nederlands
Yo bebo agua todos los días. Ik drink elke dag water.
Tú bebes jugo de naranja. Jij drinkt sinaasappelsap.
Él bebe café por la mañana. Hij drinkt 's ochtends koffie.
Nosotros bebemos leche antes de dormir. Wij drinken melk voor het slapengaan.
Vosotros bebéis té en la tarde. Jullie drinken 's middags thee.
Ellos beben vino. Zij drinken wijn.

Oefening: Werkwoordsvervoeging

Instructie: Kies de juiste vorm.

Toon vertaling Toon antwoorden

bebo, bebes, bebe, bebemos, bebéis, beben

1.
Ellos ... vino.
(Zij drinken wijn.)
2.
Tú ... jugo de naranja.
(Jij drinkt sinaasappelsap.)
3.
Él ... café por la mañana.
(Hij drinkt 's ochtends koffie.)
4.
Vosotros ... té en la tarde.
(Jullie drinken 's middags thee.)
5.
Nosotros ... leche antes de dormir.
(Wij drinken melk voor het slapengaan.)
6.
Yo ... agua todos los días.
(Ik drink elke dag water.)