Beber (drinken) - Presente, indicativo (Tegenwoordige tijd, aantonende wijs) Delen Gekopieerd!

Beber - Vervoeging van drinken in het Spaans: Vervoegingstabel, voorbeelden en oefeningen in de tegenwoordige, indicatieve tijd (Presente, indicativo).
Presente, indicativo (Tegenwoordige tijd, aantonende wijs)
Alle vervoegingen en tijden: Beber (drinken) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen
Lesprogramma: Spaanse les - Alimentación diaria (Dagelijks eten)
Vervoeging van drinken in de tegenwoordige tijd
Spaans | Nederlands |
---|---|
yo bebo | ik drink |
tú bebes | jij drinkt |
él/ella bebe | hij drinkt |
nosotros/nosotras bebemos | wij drinken |
vosotros/vosotras bebéis | jullie drinken |
ellos/ellas beben | zij drinken |
Voorbeeldzinnen
Spaans | Nederlands |
---|---|
Yo bebo agua todos los días. | Ik drink elke dag water. |
Tú bebes jugo de naranja. | Jij drinkt sinaasappelsap. |
Él bebe café por la mañana. | Hij drinkt 's ochtends koffie. |
Nosotros bebemos leche antes de dormir. | Wij drinken melk voor het slapengaan. |
Vosotros bebéis té en la tarde. | Jullie drinken 's middags thee. |
Ellos beben vino. | Zij drinken wijn. |
Oefening: Werkwoordsvervoeging
Instructie: Kies de juiste vorm.
bebo, bebes, bebe, bebemos, bebéis, beben
1.
Ellos ... vino.
(Zij drinken wijn.)
2.
Tú ... jugo de naranja.
(Jij drinkt sinaasappelsap.)
3.
Él ... café por la mañana.
(Hij drinkt 's ochtends koffie.)
4.
Vosotros ... té en la tarde.
(Jullie drinken 's middags thee.)
5.
Nosotros ... leche antes de dormir.
(Wij drinken melk voor het slapengaan.)
6.
Yo ... agua todos los días.
(Ik drink elke dag water.)