Tener (hebben) - Subjuntivo presente, subjuntivo (Aanvoegende wijs tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs)

 Tener (hebben) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Tener - Vervoeging van hebben in het Spaans: Vervoegingstabel, voorbeelden en oefeningen in de aanvoegende wijs, aanvoegende tijd (Subjuntivo presente, subjuntivo).

Subjuntivo presente, subjuntivo (Aanvoegende wijs tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs)

Alle vervoegingen en tijden: Tener (hebben) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Lesprogramma: Spaanse les - Decir tu edad (Je leeftijd zeggen)

Vervoeging van tener in de subjuntivo presente

Spaans Nederlands
yo tenga ik heb
tú tengas jij hebt
él/ella tenga hij heeft
nosotros/nosotras tengamos wij hebben
vosotros/vosotras tengáis jullie hebben
ellos/ellas tengan zij hebben

Voorbeeldzinnen

Spaans Nederlands
Espero que yo tenga suerte. Ik hoop dat ik geluk heb.
Quiero que tú tengas claro el plan. Ik wil dat jij het plan helder hebt.
Es importante que él tenga cuidado. Het is belangrijk dat hij voorzichtig is.
Es necesario que nosotros tengamos fe. Het is nodig dat wij/hij hebben.
Espero que vosotros tengáis tiempo. Ik hoop dat jullie tijd hebben.
Ojalá que ellos tengan éxito. Hopelijk hebben zij succes.

Oefening: Werkwoordsvervoeging

Instructie: Kies de juiste vorm.

Toon vertaling Toon antwoorden

tengan, tenga, tengamos, tengas, tengáis

1.
Espero que yo suerte.
(Ik hoop dat ik geluk heb.)
2.
Quiero que tú claro el plan.
(Ik wil dat jij het plan helder hebt.)
3.
Es necesario que nosotros fe.
(Het is nodig dat wij/hij hebben.)
4.
Es importante que él cuidado.
(Het is belangrijk dat hij voorzichtig is.)
5.
Espero que vosotros tiempo.
(Ik hoop dat jullie tijd hebben.)
6.
Ojalá que ellos éxito.
(Hopelijk hebben zij succes.)