Mover (bewegen) - Pretérito imperfecto, indicativo (Onvoltooid verleden tijd, aantonende wijs) Delen Gekopieerd!

Mover - Vervoeging van bewegen in het Spaans: vervoegingstabel, voorbeelden en oefeningen in de onvoltooid verleden tijd, aantonende wijs (Pretérito imperfecto, indicativo).
Pretérito imperfecto, indicativo (Onvoltooid verleden tijd, aantonende wijs)
Alle vervoegingen en tijden: Mover (bewegen) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen
Lesprogramma: Spaanse les - Anatomía (Anatomie)
Vervoeging van bewegen in de pretérito imperfecto
Spaans | Nederlands |
---|---|
yo movía | ik bewoog |
tú movías | jij bewoog |
él/ella movía | hij bewoog |
nosotros/nosotras movíamos | wij bewogen |
vosotros/vosotras movíais | jullie bewogen |
ellos/ellas movían | zij bewogen |
Voorbeeldzinnen
Spaans | Nederlands |
---|---|
Yo movía la sombrilla en la playa. | Ik verplaatste de parasol op het strand. |
Tú movías la estrella en el mapa. | Jij verplaatste de ster op de kaart. |
Él movía el barco en el océano. | Hij bewoog de boot op de oceaan. |
Nosotros movíamos la tienda por el viento. | Wij verplaatsten de tent door de wind. |
Vosotros movíais el mapa hacia el noroeste. | Jullie bewogen de kaart naar het noordwesten. |
Ellos movían las sillas por la cascada. | Zij verplaatsten de stoelen bij de waterval. |
Oefening: Werkwoordsvervoeging
Instructie: Kies de juiste vorm.
movíamos, movía, movían, movías, movíais
1.
Él ... el barco en el océano.
(Hij bewoog de boot op de oceaan.)
2.
Nosotros ... la tienda por el viento.
(Wij verplaatsten de tent door de wind.)
3.
Yo ... la sombrilla en la playa.
(Ik verplaatste de parasol op het strand.)
4.
Tú ... la estrella en el mapa.
(Jij verplaatste de ster op de kaart.)
5.
Ellos ... las sillas por la cascada.
(Zij verplaatsten de stoelen bij de waterval.)
6.
Vosotros ... el mapa hacia el noroeste.
(Jullie bewogen de kaart naar het noordwesten.)