Cocinar (koken) - Presente, indicativo (Tegenwoordige tijd, aantonende wijs)

 Cocinar (koken) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Cocinar - Vervoeging van koken in het Spaans: Vervoegingstabel, voorbeelden en oefeningen in de tegenwoordige, indicatieve tijd (Presente, indicativo).

Presente, indicativo (Tegenwoordige tijd, aantonende wijs)

Alle vervoegingen en tijden: Cocinar (koken) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Lesprogramma: Spaanse les - Cocinar (Koken)

Vervoeging van koken in de tegenwoordige tijd

Spaans Nederlands
yo cocino ik kook
tú cocinas jij kookt
él/ella cocina hij/zij kookt
nosotros/nosotras cocinamos wij koken
vosotros/vosotras cocináis jullie koken
ellos/ellas cocinan zij koken

Voorbeeldzinnen

Spaans Nederlands
Yo cocino pasta todos los días. Ik kook elke dag pasta.
Tú cocinas muy bien. Je kookt heel goed.
Ella cocina una comida deliciosa. Zij kookt een heerlijke maaltijd.
Nosotros cocinamos juntos los fines de semana. Wij koken samen in het weekend.
Vosotros cocináis como chefs profesionales. Jullie koken als professionele chefs.
Ellos cocinan para la fiesta. Zij koken voor het feest.

Oefening: Werkwoordsvervoeging

Instructie: Kies de juiste vorm.

Toon vertaling Toon antwoorden

cocino, cocinas, cocina, cocinamos, cocináis, cocinan

1.
Ella ... una comida deliciosa.
(Zij kookt een heerlijke maaltijd.)
2.
Vosotros ... como chefs profesionales.
(Jullie koken als professionele chefs.)
3.
Ellos ... para la fiesta.
(Zij koken voor het feest.)
4.
Nosotros ... juntos los fines de semana.
(Wij koken samen in het weekend.)
5.
Yo ... pasta todos los días.
(Ik kook elke dag pasta.)
6.
Tú ... muy bien.
(Je kookt heel goed.)