Aprender (leren) - Pretérito indefinido, indicativo (Onvoltooid verleden tijd, aantonende wijs)

 Aprender (leren) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Aprender - Vervoeging van leren in het Spaans: vervoegingstabel, voorbeelden en oefeningen in de verleden tijd, indicatieve wijs (Pretérito indefinido, indicativo).

Pretérito indefinido, indicativo (Onvoltooid verleden tijd, aantonende wijs)

Alle vervoegingen en tijden: Aprender (leren) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Lesprogramma: Spaanse les - Clases de pasatiempos (Hobbylessen)

Verbuiging van aprender in Pretérito indefinido

Spaans Nederlands
yo aprendí ik leerde
tú aprendiste jij leerde
él/ella aprendió hij/zij leerde
nosotros/nosotras aprendimos wij leerden
vosotros/vosotras aprendisteis jullie leerden
ellos/ellas aprendieron zij leerden

Voorbeeldzinnen

Spaans Nederlands
Ayer aprendí a usar la cámara. Gisteren heb ik geleerd om de camera te gebruiken.
Aprendiste a tocar el piano en el taller. Je leerde piano spelen in de workshop.
Él aprendió a hacer un curso de fotografía. Hij leerde een cursus fotografie volgen.
Nosotras aprendimos el programa del curso. Wij leerden het programma van de cursus.
Aprendisteis sobre la afición de viajar. Jullie leerden over de hobby van reizen.
Ellos aprendieron mucho en la sesión de guitarra. Zij leerden veel in de gitaarsessie.

Oefening: Werkwoordsvervoeging

Instructie: Kies de juiste vorm.

Toon vertaling Toon antwoorden

aprendí, aprendiste, aprendió, aprendimos, aprendisteis, aprendieron

1.
... a tocar el piano en el taller.
(Je leerde piano spelen in de workshop.)
2.
Nosotras ... el programa del curso.
(Wij leerden het programma van de cursus.)
3.
... sobre la afición de viajar.
(Jullie leerden over de hobby van reizen.)
4.
Él ... a hacer un curso de fotografía.
(Hij leerde een cursus fotografie volgen.)
5.
Ayer ... a usar la cámara.
(Gisteren heb ik geleerd om de camera te gebruiken.)
6.
Ellos ... mucho en la sesión de guitarra.
(Zij leerden veel in de gitaarsessie.)